Makreel
De Makreel heeft een iriserend blauwgroene rug met gebogen, donkere strepen, zilveren flanken en buik. De twee rugvinnen staan ver uit elkaar. Achter de tweede rugvin en de aarsvin bevinden zich kleine stabilisatievinnen. De makreel kan tot 45 cm lang worden.
Makrelen zwemmen in voorjaar en zomer in enorme scholen in de bovenlaag van open zee, ze voeden zich met vrijzwemmende kreeftachtigen en vis. 's winters trekken ze naar de diepte en blijven bij de bodem in een soort winterslaap, zonder te eten.
Vangwijze:
Via de vriestrawlervloot en trawlvloot.
Vangstgebied:
Noordelijke Atlantische Oceaan van IJsland tot de Middellandse Zee, ook in de Oostzee en Noordzee.
Smaak:
Het vlees van de makreel is stevig en vet maar wel vrij sappig en zacht. De makreel heeft een vettige, rookachtige geur.
818 kJ / 195 kCal, 12 g vet, 18 g eiwit |