| |
 |
|
Verse mosselen
Een tweekleppig weekdier met een gladde, gebogen, blauwzwarte schelp, die aan 1 zijde puntig is. De tweede kleppen zijn identiek en vaak bezet met zeepokken. De mantelrand heeft franjes en is zichtbaar langs de rand als de mossel open is. De binnenkant is parelmoer-glanzend. De mossel kan ongeveer 13 cm worden.
De mosselen
zitten vast op rotsen, stenen en pieren in dichte kolonies. De mossel gebruikt stevige draden om zich mee vast te houden. Het voedt zich zelf door kleine stukjes voedsel uit het water te filteren dat hij naar binnen zuigt.
Het
is komt voor van het midden-eulitoraal tot 10 meter diep water. Langs zand-, rots- en modderkusten, in estuaria. Vrijwel in alle Europese wateren. eetbaar. Wordt in het wild verzameld op onvervuilde plekken. Het wordt ook gekweekt op mosselbanken.
Mosselen hebben een zilte, fris-zoete smaak.
|
|