| |
 |
|
Schar
Kleine bek. Zijlijn maakt duidelijk bocht over borstvin. Schubben op oogzijde iets ruw. Maximale lengte van de schar is 42 cm.
De schar leeft op zandbanken en zandige kusten, vooral op diepten van 20-40 m. Het voedt zich met wormen, kreeftachtigen, slangsterren, kleine zee-egels, schelpdieren en ook wel grondels en zandspiering.
Schar is een zeer smakelijke vis. Aanvankelijk was schar een minder interessant visje. Sinds eind jaren tachtig is er vooral vanuit Japan een grotere belangstelling voor schar ontstaan. De Japanners bereiden het op een speciale manier en dichten het een hoge culinaire waarde toe.
Paaitijd:
Paait van januari-augustus, het vroegst bij Bretangne en Zuid Engeland, in april-juni in de Noordzee, juni-juli in de Barentszzee en april-augustus in de Oostzee. paait in het gehele verspreidingsgebied op 20-40 m. diepte, maar in de zuidelijke Oostzee dieper.
Vangwijze:
Schar is meestal bijvangst in trawls, in staand want of bij de garnalenvangst.
Vangstgebied:
Noordelijke Atlantische Oceaan, kustwateren langs de golf van Biskaje en verder noordwaarts.
Smaak:
Schar is een magere en smakelijke vis waarvan de smaak overeenkomt met tong.
311 kJ / 74 kCal, 1 g vet, 16 g eiwit |
|