Tarbot
Grote platvis met een vrijwel rond lichaam, zijn 'rug' neemt de kleur van de zeebodem aan, de onderzijde is wit; de rug is bedekt met talloze benige knobbeltjes. mond links van het oog. de rugvin begint voor de ogen. De tarbot heeft grote sterk gebogen kaken.
Tarbot ligt op zand- en grindbodems; van de kust tot 80 m diep, jonge vis dichter bij de kust. Zeer jonge vis kan vanaf het zandstrand of in rotspoelen worden gezien. volwassenen dieren eten vooral vis als zandspiering, sardines, kabeljauw.
Tarbot is een gewaardeerde consumptievis. Hoewel verse tarbot het hele jaar aangevoerd wordt, is de vis echter niet in grote aantallen verkrijgbaar. Tegenwoordig is er ook kweektarbot verkrijgbaar. Qua smaak en textuur is het verschil moeilijk waar te nemen. De smaak van de wilde tarbot is iets uitgesprokener en de textuur is vaster. In Nederland zijn er twee tarbotkwekerijen.
Paaitijd:
Paait in het grootste deel van het verspreidingsgebied van april-augustus op een diepte van 10-40 m.
Vangwijze:
Hij wordt als bijvangst in sleepnetten en aan lijnen gevangen. (bodemtrawl)
Vangstgebied:
Van het zuidelijke deel van de Oostzee tot in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee. Tarbot is een belangrijke consumptievis. De meeste worden op de Noordzee gevangen.
Smaak:
Het visvlees van de kabeljauw is stevig maar laat makkelijk los als de vis gaar is. De smaak van kabeljauw is fijn en dus goed te combineren.
378 kJ / 90 kCal, 2 g vet, 17 g eiwit |